Gisteren ben ik van mijn fiets gekukeld. Zomaar. Voor de prijs van een geschaafde schouder, beurse heup (gat in m'n broek ook nog) en koppijn dankzij het stuur wat tegen mijn rechter slaap sloeg, heb ik weer een paar lessen geleerd. Waarom ik ze moest leren wíl ik niet eens weten.

Het ei op mijn hoofd en de gemiste yogaklas zijn schijnbaar de prijs om te leren:

a) Ik kan niet in mijn handtas wroeten terwijl ik fiets

Dit had ik natuurlijk in de afgelopen 47 jaar die ik in Nederland leef en fiets kunnen leren. Sommige lessen moeten klaarblijkelijk hardhandig toegepast worden. Ik zie niet waarom dit nodig is: alleen omdat mijn moeder mij niet baarde op een dijk fietsend met kanten muts op en klompen op d'r pedalen wil niet zeggen dat ik niet verdien om net zo goed te fietsen als al die Hollandse vrouwen: op tweewielers met 3 kinderen op het stuur, een kist boodschappen achterop, een zak tulpenbollen op hun kop en dat allemaal terwijl zij  met twee vingers in de neus een gat in de dijk dichtstoppen. Ik kan alleen mijn stuur richten in de richting waar ik heen wil  en peddelen. Remmen gaat ook wel eens goed.

b) Mijn man reageert slecht als ik hem laat schrikken

Het kostte maar 46 jaar huwelijk om te realiseren dat hoe harder hij vloekt hoe erger hij is geschrokken. Terwijl ik daar midden op straat lag (hopend dat niemand mijn val had gezien) ging hij uit zijn dak.
En voor het allereerst ooit werd ik niet boos om zijn boosheid maar zag ik zijn schrik en zijn angst voor mij...ondanks mijn gène en pijn werd ik overweldigd door onze liefde voor elkaar en liet ik hem nog meer schrikken door er een grapje over te maken en zo wezenloos naar hem te lachen dat hij dacht aan hersenbeschading;-).

c) Natuurlijk heeft iemand me gezien: De Enge Man     

De Enge Man woont al langer in dit dorp dan ik. Hij is altijd omgeven geweest van roddels en suggesties. En wij roddelen en suggeren natuurlijk niet, toch? Maar...je weet zoiets maar nooit. En hij JAAGT!!! EEEEW!!! Hij is eng en heeft littekens en dun lang haar. Ze zeggen...kortom, wij noemen hem De Enge Man.
Wie stort zijn auto midden op straat om mij met een lief grapje en een helpende hand op te rapen? Wie laat me zien dat ik stop-waardig ben en aait me even over mijn zere schouder...Zoals Jan zei: niet zo eng dus.      

 

 

Betekent dit nu dat De Enge Man en ik boezemvrienden worden? Zal ik me altijd realiseren dat het getier van mijn man zijn manier van liefhebben is? Zal ik leren niet in mijn tas te wroeten terwijl ik fiets?

Niet echt, waarschijnlijk!

Maar ik weet wel weer dat we allemaal mensen zijn, met onze goede en slechte momenten. Hij ziet mij, een middelbare muts die, ondanks jaren negeren, geholpen kan worden en steekt dan ook zijn hand uit. Voortaan zie ik hem als de mens die hij is en niet de verwezenlijking van anderman's nachtmerries. Voortaan zeg ik 'Hallo'; 'En hoe gaat het' en 'Mooi weer hè' (of slecht: meestal slecht).

Mijn man zal me vaak genoeg irriteren met zijn gevloek, maar ik zal proberen te denken aan de liefde achter de sturm und drang.

En ik hoop dat, als ik weer eens van mijn pedalen pleur, ik net zoveel geluk heb als gisteren: wat schaafwondjes, blauwe plekken en een ontmoeting met mijzelf, mijn man en de Niet-zo-Enge Man.

Die zag ik niet aankomen: Karma op de fiets...